Het biologische insecticide Neudosan kreeg onlangs een uitbreiding van het etiket. Naast verschillende vollegrondsgroenten, koolgewassen, prei, wortelen en uien beschermt dit middel voortaan ook aardappelen tegen plaaginsecten. Welke kansen biedt dit voor de insectenbeheersing in 2026?
Met het wegvallen van Movento, Batavia en voor sommige toepassingen Gazelle neemt het aantal beschikbare insecticiden snel af. Dat vraagt om een andere aanpak van plaagbeheersing. Het spuitmoment wordt steeds belangrijker, net als kennis van de levenscyclus van plaaginsecten. Door insecten op het juiste moment te raken met een contactmiddel kan de populatieopbouw echter nog steeds effectief worden geremd.
Werking van Neudosan
Neudosan is gebaseerd op kaliumzouten en natuurlijke vetzuren. Deze stoffen tasten plaaginsecten op meerdere manieren aan en grijpen in op verschillende momenten in de levenscyclus. De insecten drogen uit en hun ademhalingsorganen worden gelijktijdig aangetast.
Als breedwerkend insecticide werkt Neudosan tegen een scala aan plaaginsecten, zoals trips, mijten, bladluizen en witte vlieg. Het middel is toegestaan in diverse bedekte en onbedekte teelten.
“Eerst is ervaring opgedaan met Neudosan in de glastuinbouw en later in de fruitteelt. Daarna volgden de vollegrondsgroenten en akkerbouw”, vertelt Harry Hansma, Technical Account Manager Vollegrondsgroenten bij Certis Belchim. “Met name in prei zijn de ervaringen positief. Ook in uien en wortelen wordt het middel inmiddels toegepast.”
Effectieve beheersing
Voor een succesvolle inzet van Neudosan is een goede bladbedekking essentieel. Het advies is dan ook om met voldoende water te spuiten. Hansma licht toe: “Door de SL-formulering verdeelt Neudosan zich goed over het blad. Met voldoende water vergroot je de kans dat je het insect daadwerkelijk raakt en behaal je een beter effect.”
Ook het spuitmoment is van belang. Toepassing aan de randen van de dag – wanneer de luchtvochtigheid hoger is en de spuitvloeistof minder snel opdroogt – zorgt voor een betere werking. Hierdoor blijft de oplossing langer actief op het blad en neemt de kans toe dat insecten in contact komen met het middel, zodra ze actief worden.
Spuitmoment en interval
Met de start van het groeiseizoen komt ook het moment van de eerste bespuiting dichterbij. Voor een contactmiddel begint dit bij de waarneming van de eerste insecten.
Volgens het etiket van Neudosan ligt het spuitinterval op minimaal vijf dagen, maar in de praktijk is dit sterk afhankelijk van de levenscyclus van het insect. “Bij een temperatuur van 30 graden Celsius duurt de levenscyclus van trips ongeveer tien dagen. Daalt de temperatuur, dan wordt deze cyclus langer”, aldus Hansma. “Met een interval van vijf tot zeven dagen zit je in de meeste gevallen goed.”
Bij insecten met een kortere levenscyclus, zoals slaluis (ongeveer zes dagen bij 25 graden Celsius), is een korter interval nodig. “Het doel is om de levenscyclus te doorbreken en de populatieopbouw te remmen. Regelmatig toepassen is daarom essentieel, met maximaal vijf toepassingen per teelt per seizoen.”
Vroege start
Een vroege start in de teelt biedt voordelen. In een jong gewas is het loof nog beperkt ontwikkeld, waardoor insecten gemakkelijker worden geraakt. “In de akkerbouw zien we dat bijvoorbeeld in de wortelteelt”, vult Fokke Smit aan, Technical Account Manager Akkerbouw bij Certis Belchim. “Met een toepassing van Neudosan in aardappelen wordt dit nog belangrijker, omdat dit gewas een dicht loofpakket ontwikkelt.”
Tekst: Kim Sjoers
Beeld: beeldarchief Prosu bv




