Het areaal consumptieaardappelen in de vier NEPG-landen is dit jaar met 13,7 procent gekrompen. Tegelijk drukken hitte en droogte de hectareopbrengsten. De North-western European Potato Growers (de NEPG) verwacht daarom dat de aardappeloogst van 2026 tot de kleinste van de afgelopen tien jaar kan behoren. Vooral de kleinere sortering en kortere knollen kunnen problemen geven bij het nakomen van contracten en de afzet naar de verwerkende industrie.
Telers in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland plantten dit voorjaar gezamenlijk ongeveer 521.500 hectare consumptieaardappelen. Dat is 82.700 hectare minder dan de ruim 604.000 hectare van 2025. Volgens de NEPG gaat het om een historische areaaldaling.
Ook de opbrengsten blijven achter. De organisatie raamt de gemiddelde opbrengst voorlopig op 40,5 ton per hectare. Dat is 13,9 procent minder dan vorig jaar en 9,4 procent onder het vijfjarig gemiddelde van 44,7 ton per hectare.
De totale productie in de vier landen wordt voorlopig geschat op 20,7 miljoen ton. In 2025 was dat nog 27,8 miljoen ton. Daarmee zou de productie 25,4 procent lager uitvallen dan vorig jaar en 13,7 procent onder het vijfjarig gemiddelde blijven.
Grote verschillen tussen landen
Vooral in België en Frankrijk zijn de verwachte hectareopbrengsten laag. In België rekent de NEPG voorlopig op gemiddeld 38,5 ton per hectare, 21,6 procent minder dan in 2025. In Frankrijk wordt 37,4 ton per hectare verwacht, een daling van 13 procent.
Voor Duitsland komt de raming uit op 40 ton per hectare. Nederland springt er met een verwachte 46 ton per hectare positiever uit, al ligt ook dat niveau 9,4 procent onder vorig jaar.
| Land | Areaal 2026 | Verschil t.o.v. 2025 | Opbrengst 2026 | Productie 2026 |
|---|---|---|---|---|
| België | 89.105 ha | -17,5% | 38,5 t/ha | 3,43 mln. ton |
| Duitsland | 188.750 ha | -14,6% | 40,0 t/ha | 7,55 mln. ton |
| Frankrijk | 173.400 ha | -9,7% | 37,4 t/ha | 6,49 mln. ton |
| Nederland | 70.200 ha | -15,5% | 46,0 t/ha | 3,23 mln. ton |
| Totaal NEPG | 521.455 ha | -13,7% | 40,5 t/ha | 20,70 mln. ton |
De cijfers zijn nog voorlopig. Volgens de NEPG is op sommige percelen nog enige groei mogelijk en zitten veel aardappelen nog in de grond. Definitieve opbrengst- en productiecijfers volgen later in het seizoen.
Hitte en droogte remmen knolgroei
Juli en augustus werden in grote delen van het NEPG-gebied gekenmerkt door droogte en temperaturen die ver boven normaal lagen. Uitzonderingen waren delen van Noord-Duitsland en Nederland boven de grote rivieren, waar de neerslag dichter bij het langjarig gemiddelde lag.
Zelfs op percelen waar intensief kon worden beregend, bleef de ontwikkeling van het gewas volgens de NEPG achter. In verschillende regio’s golden bovendien beperkingen of verboden op beregening. De weersomstandigheden hebben vooral gevolgen gehad voor de knolgrootte en -lengte. Dat kan problemen opleveren voor industriële afnemers die specifieke eisen stellen aan lange en grove aardappelen.
Daarnaast signaleert de organisatie problemen met ritnaalden en een toenemende aanwezigheid van stolbur. Ook vroege kieming kan tijdens de bewaring een aandachtspunt worden. Problemen met hergroei lijken volgens de eerste inschatting over het algemeen beperkt, maar zijn lokaal wel aanwezig.
Niet alle telers kunnen contracttonnen leveren
De NEPG verwacht dat een aanzienlijk deel van de telers moeite zal hebben om de gecontracteerde tonnen daadwerkelijk te leveren. Dat speelt vooral in België en Frankrijk.
De organisatie roept handelaren en verwerkers daarom op om hun kwaliteitseisen aan te passen en rekening te houden met de uitzonderlijke groeiomstandigheden waarmee telers dit seizoen zijn geconfronteerd. Niet alleen het totale tonnage valt tegen, ook de gewenste sortering en knollengte zijn niet altijd beschikbaar.
Volgens de NEPG is bovendien niet alleen de verwerkende industrie op zoek naar aardappelen. De vraag vanuit de versmarkt in Zuid- en Oost-Europa blijft sterk. Ook Groot-Brittannië zal naar verwachting behoefte hebben aan aardappelen en verwerkte aardappelproducten, nadat droogte en hitte daar eveneens gevolgen hadden voor de oogst.
Exporteurs en buitenlandse afnemers zullen daardoor mogelijk eveneens soepeler moeten omgaan met hun gebruikelijke eisen aan sortering en knollengte.
Korter verwerkingsseizoen verwacht
De NEPG verwacht dat het verwerkingsseizoen korter zal zijn dan gebruikelijk. Verwerkers konden dit jaar tot in de eerste helft van september gebruikmaken van aardappelen uit de oogst van 2025. Tegelijk kunnen vroege aardappelen uit de volgende oogst, bij gunstige omstandigheden, relatief vroeg beschikbaar komen, eventueel aangevuld met aanvoer uit bijvoorbeeld Bordeaux of andere vroege teeltgebieden.
Door de kleinere oogst kan bovendien meer concurrentie ontstaan tussen verschillende afzetmarkten. De verwerkende industrie, versmarkt en export zullen deels uit dezelfde beperkte voorraad moeten putten.
Oproep voor robuustere rassen
De NEPG grijpt de moeilijke groeiomstandigheden opnieuw aan om te pleiten voor snellere ontwikkeling van robuustere aardappelrassen. Daarbij gaat het om rassen die beter bestand zijn tegen hitte en droogte, een betere resistentie tegen phytophthora hebben en met minder stikstof toe kunnen.
Volgens de telersorganisatie mogen de gevolgen van klimaatverandering niet alleen bij de aardappelteler terechtkomen. Veredelaars, pootgoed- en consumptietelers, handel, verwerkers en onderzoekers zullen gezamenlijk naar oplossingen moeten zoeken.
Naast nieuwe rassen ziet de NEPG kansen voor andere teeltmaatregelen. De organisatie noemt onder meer wateropslag, efficiëntere irrigatietechnieken, agroforestry, verhoging van het humusgehalte en het gebruik van mulch. Meer onderzoek en praktijkproeven zijn volgens de NEPG noodzakelijk om de aardappelteelt beter aan te passen aan veranderende klimaatomstandigheden.
Bron: NEPG




