De broers Hubrecht en Maarten Janse vormen samen Maatschap Janse in het Zeeuwse Wolphaartsdijk. Maarten houdt zich vooral bezig met de akkerbouwtak en Hubrecht met de teelt van de zilte groenten. Reden is de verzilting van de gronden doordat het Veerse Meer weer zout geworden is. De grootste zilte teelt van Maatschap Janse is zeekraal, met een areaal van drie hectare.
Maatschap Janse uit Wolphaartsdijk heeft drie takken, namelijk zilte groenteteelt, een gangbaar akkerbouwbedrijf en een landschapscamping. Hubrecht Janse: “Opa Janse woonde hier op een boerderij achter de dijk en was akkerbouwer en loonwerker. Toen in 1961 dit gedeelte, waar nu onze thuislocatie is, droogviel dankzij de Nederlandse Deltawerken konden wij dit drooggevallen land aankopen.” De drie belangrijkste gewassen van het akkerbouwbedrijf waren, en zijn nog steeds, granen, tafelaardappelen en suikerbieten.
Zouter water
Dat Hubrecht akkerbouwer wilde worden, vond zijn vader in de jaren negentig overigens niet zo verstandig. Die raadde het hem zelfs af. Janse: “Hij zei: jij kunt zo goed leren. Je kunt beter een goede baan zoeken.” De Zeeuwse boerenzoon studeerde daarom eerst Agrarische Economie aan de Wageningen Universiteit. Daarna ging hij werken bij de fruitveiling in Geldermalsen en later bij The Greenery. Toch bleef het akkerbouwbedrijf lonken. “Het jaar 2000 was echt een keerpunt voor ons bedrijf, omdat in het kader van verbetermaatregelen van de waterkwaliteit van het naastgelegen Veerse Meer een doorlaat in de Zandkreekdam naar de Oosterschelde gemaakt zou worden. Het water van het Veerse Meer kon op die manier worden ververst. Dit zou echter betekenen dat het meer weer zout zou worden.” Verder wilde de overheid het winterpeil in het Veerse Meer verhogen, wat zou betekenen dat er meer kweldruk, en dus verzilting en vernatting, zou komen.
Nieuwe teelt
Deze uitdagingen boden ook kansen. Zo maakte de familie plannen voor de uitbreiding van de bestaande mini-camping tot landschapscamping en richtten ze zich op de ontwikkeling van een aquacultuurtak. Via de Hogeschool Zeeland kwamen ze in contact met de Belgische wetenschapper Joost Bogemans. Hij had veel kennis van de zeekraalteelt en tevens zeekraalzaad tot zijn beschikking. Janse: “Zodoende ploegden we in april 2006 als proef vijfhonderd vierkante meter van een tarweperceel om en maakten we het zaaibed klaar voor de zeekraalteelt.” Ook legden we een afwateringsen irrigatiesysteem aan.
Blijft een zoektocht
Al kwam het eerste jaar de zeekraal goed op, het blijft volgens Janse altijd pionieren. “De teelt van zeekraal is een heel precair proces. Je hebt, net als bij akkerbouwgewassen, ook last van schimmeldruk van bijvoorbeeld meeldauw, maar ook grondgebonden ziekten en onkruiden. Daarbij gaat het natuurlijk wel om zilte onkruiden.” Ook de afzet was de eerste jaren een uitdaging. “In eerste instantie verkochten wij de zeekraal aan de deur aan voorbijgangers en onze campinggasten, net als dat wij nu nog volop doen overigens.” Om de afzet goed te kunnen regelen, ging hij vanaf 2007 boerderijwinkels, handelshuizen en restaurants benaderen. Afzet via handelshuizen en de retail bleek lastig, omdat daarvoor de productie te klein was en omdat de retail liever jaarrond met één leverancier werkte. Uitbreiding van het zeekraalareaal naar drie hectare volgde in 2015, maar uitdagingen bleven bestaan. Ook dit jaar is het gewas door de extreme droogte lastig te telen.

Irrigeren
Een irrigatiesysteem is noodzakelijk bij de teelt van zeekraal. Vandaar dat de akkerbouwer, afhankelijk van de waterbehoefte van het gewas, zout/zilt zeewater uit het naastgelegen Veerse Meer pompt en dat over zijn zeekraal sproeit. “Verder is het ook heel mooi als er af en toe een milde zoetwaterregenbui over de zeekraal valt. Je zou het niet denken, maar té zout houdt zeekraal ook niet van”, vertelt Janse. “De kunst is precies de juiste balans te vinden tussen zout/zilt en zoet water. En dat ook nog eens precies op het juiste moment van de ontwikkeling van de plant.”
Deze zomer waren er soms periodes met hittegolven en dan is het een kunst om de zeekraal op te laten komen en goed te houden. “Vandaag is het bijvoorbeeld opnieuw erg warm met tevens een hoge verdamping”, aldus Janse. “Als ik dan met water uit het Veerse Meer irrigeer, dan sproei ik eigenlijk zout over de planten. Dat vinden ze niet fijn. Hopelijk gaat het binnenkort weer eens regenen. Dan kan het ook zo zijn dat op de plaatsen waar de zeekraal nog niet opgekomen is, het ineens wel opkomt. Dat is het voordeel van een pioniersplant, het zaad wacht gewoon op de juiste omstandigheden.”

Kwaliteit zaad cruciaal
De eerste jaren werd de zeekraal met de hand geoogst tussen eind mei en begin september. Inmiddels oogst de zeekraalteler met een, naar zijn wensen, op maat gemaakte zelfrijdende oogstmachine op rupsen. Sinds 2007 richt familie Janse zich niet alleen op de verse zeekraaloogst, maar ook op de teelt van zeekraal voor zaadvermeerdering. “De kwaliteit van het zeekraalzaad is cruciaal voor een goede opkomst en inmiddels vragen bedrijven wereldwijd naar zeekraalzaad. Daarom is de zaadvermeerdering van zeekraal een van onze belangrijkste economische activiteiten geworden.”
Diverse zilte teelten
Naast de zeekraalteelt heeft de Zeeuwse akkerbouwer tegenwoordig diverse honderden vierkante meters met zilte groenten. Denk daarbij aan lamsoor, zeemelde, zeebanaan en zeevenkel. “Het blijven nichemarkten, maar vooral koks kunnen deze zilte groenten erg waarderen.” Inmiddels is de zoektocht naar gewilde zilte groenten én hun toepassingsmogelijkheden een belangrijke dagtaak voor de akkerbouwer. Hij toont een grote bak met zeealant. “Proef maar eens. Wij telen dit momenteel als proef en laten het mensen proeven en als ze het lekker vinden, gaan wij het iets grootschaliger telen.”

Naast nieuwe teelten zoekt hij ook naar nieuwe toepassingsmogelijkheden van zilte groenten. “Is het wat voor homeopathisch gebruik of toepassingen in schoonheidsproducten? Smaakt het goed in mosterd, ketchup of fritessaus? Zeekraal kun je bijvoorbeeld ook goed drogen. Het voordeel van dit gewas is dat je er heel veel kanten mee op kunt.”
Over uitbreiding van het zeekraalareaal of van de andere zilte groenten denkt Janse nog niet na. “Reden is dat er nog ruimte zit in het maximaliseren van de opbrengst op het huidige areaal. Dat wil ik eerst zien te bereiken.”
Tekst en beeld: Dick van Doorn




