Gierst wordt in België nog maar beperkt geteeld, maar kan mogelijk een plaats krijgen in een meer diverse biologische vruchtwisseling. Dat meldt Coördinatiecentrum praktijkgericht onderzoek en voorlichting Biologische Teelt (CCBT). Centrum wallon de Recherches agronomiques (CRA-W) onderzocht in 2025 negen rassen pluimgierst onder biologische omstandigheden. De proef in Gembloers leverde gemiddeld 3,6 ton per hectare op. De resultaten zijn volgens CRA-W bemoedigend, maar moeten nog in een tweede proef worden bevestigd. Die proef werd in het voorjaar van 2026 aangelegd.
Korte groeicyclus en glutenvrije korrel
Pluimgierst is een van de belangrijkste geteelde gierstsoorten volgens CCBT. De plant produceert kleine, ronde korrels met een diameter van ongeveer 3 millimeter. Net als rijst en maïs bevatten deze korrels geen gluten. Het gewas heeft een relatief korte groeicyclus. In Frankrijk duurt die ongeveer 90 tot 120 dagen. Daarnaast is gierst weinig vatbaar voor ziekten. Het gewas verspreidt volgens het CRA-W ook geen voetziekten. De uitlopers zijn daarentegen zeer vorstgevoelig.
Momenteel telen vooral India, China, Rusland, de Verenigde Staten en Oost-Europa gierst. In België en de omliggende regio’s is de teelt nog beperkt. Daarom onderzoekt CRA-W of het gewas ook onder lokale biologische omstandigheden perspectief biedt.
Mogelijke rol in biologische vruchtwisseling
Het onderzoek maakt deel uit van het project ABC to Food. Daarin werken industriële partners, onderzoekscentra en de coöperatie Farm for Good samen. Het project richt zich op acht gewassen die kunnen bijdragen aan meer diversiteit en langere vruchtwisselingen. Pluimgierst is een van de onderzochte gewassen. De agronomische eigenschappen kunnen volgens CRA-W interessant zijn voor een gevarieerdere vruchtwisseling. Daarnaast biedt de glutenvrije korrel mogelijkheden voor de ontwikkeling van voedingsproducten zonder gluten.
Daarmee kijkt CRA-W niet alleen gekeken naar de teelttechnische eigenschappen van het gewas. Ook de afzet speelt een rol. Nieuwe afzetmogelijkheden zijn volgens het onderzoekscentrum nodig om minder gangbare gewassen daadwerkelijk een plek te geven in de landbouw.
Opbrengst gemiddeld 3,6 ton per hectare
In de zomer van 2025 legde CRA-W in Gembloers een eerste rassenproef aan. Daarin werden negen rassen onder biologische omstandigheden met elkaar vergeleken. Het gewas werd op 23 mei gezaaid en op 19 september geoogst. De weersomstandigheden waren tijdens de teelt gunstig voor de ontwikkeling van het gewas. Daardoor werden volgens CRA-W goede opbrengsten gerealiseerd. Tegelijkertijd trad in de proef enige legering op en ging een deel van de korrels verloren.
De gemiddelde opbrengst kwam uit op 3,6 ton per hectare bij een vochtgehalte van 10 procent. Tussen de rassen waren duidelijke verschillen zichtbaar. De opbrengsten varieerden van 3,0 tot 4,5 ton per hectare.
Tweede proef moet resultaten bevestigen
De eerste resultaten geven volgens CRA-W aanleiding om verder onderzoek te doen. Een nieuwe rassenproef werd daarom in het voorjaar van 2026 aangelegd. Daarmee wil het onderzoekscentrum nagaan in hoeverre de proef de resultaten uit 2025 opnieuw behaalt.
Voor de verdere ontwikkeling van de teelt zijn meerdere factoren van belang. Naast opbrengst spelen onder meer legering, korrelverlies, raskeuze en afzetmogelijkheden een rol. De resultaten van de nieuwe proef moeten meer inzicht geven in de mogelijkheden van pluimgierst binnen de biologische landbouw.
Tekst: Esmee Groot Roessink
Beeld: Annette Meyer via Pixabay




