Aaltjes, ook wel nematoden genoemd, vormen een onzichtbare maar reële bedreiging onder het bodemoppervlak. Een zware besmetting kan leiden tot aanzienlijke opbrengstverliezen (tot wel 50 procent). Het bestrijden van deze organismen is een kwestie van lange adem. Eenmaal gevestigd, kunnen aaltjes moeiteloos tien tot wel twintig jaar in de bodem overleven.
Een doordachte, proactieve aanpak is dan ook noodzakelijk om de bodemvruchtbaarheid en het rendement op lange termijn veilig te stellen.
Het onzichtbare bodemleven: wat zijn nematoden?
Aaltjes zijn minuscule, microscopische wormpjes die leven in het bodemvocht. Hoewel ze met het blote oog (met hun omvang van 0,2 tot 10 millimeter) vrijwel onzichtbaar zijn, zijn hun aantallen indrukwekkend. In een gezonde, levende bodem krioelt het van het leven: elke milliliter grond bevat al snel 30 tot 40 aaltjes. Dit vertaalt zich naar een populatie van vier tot tien miljoen aaltjes per vierkante meter bouwvoor.
Gelukkig is het merendeel van deze wormpjes onschadelijk of zelfs nuttig voor het bodemecosysteem. Van de ongeveer 1.200 soorten die in de bodem voorkomen, zijn er zo’n 100 soorten plantparasitair (schadelijk voor gewassen). Binnen de landbouw vormt uiteindelijk slechts een kwart van deze plantparasitaire soorten een direct economisch probleem.
Een vaak voorkomend probleem: aardappelmoeheid
Een bekend voorbeeld van aaltjesschade is aardappelmoeheid, veroorzaakt door specifieke cysteaaltjes. Wanneer aardappelen worden aangetast, is het schadebeeld in het veld vaak pleksgewijs zichtbaar: de aardappelplanten blijven op die plekken sterk achter in groei en de opbrengst en kwaliteit gaat sterk achteruit.
Vanwege het hardnekkige karakter van deze aaltjes is een aangepaste en ruime teeltrotatie niet alleen aan te raden, maar in veel gevallen ook wettelijk verplicht. Zo geldt er voor de teelt van consumptieaardappelen een minimale, verplichte teeltrotatie van één op drie om de opbouw van aardappelmoeheid te onderdrukken.
Geïntegreerde bestrijding: vruchtwisseling en resistente rassen
De meest effectieve basismaatregel tegen aaltjesproblemen is een brede, geïntegreerde aanpak. Dit rust op twee belangrijke pijlers. Enerzijds een ruime vruchtwisseling. Door een ruime teeltrotatie toe te passen, krijgen specifieke aaltjessoorten minder kans om zich massaal te vermeerderen. Een gezond bodemleven is hierbij van cruciaal belang. In een gezonde bodem is er namelijk een balans waardoor ‘schadelijke’ aaltjes minder kansen krijgen.
En aan de andere kant het gebruik van resistente rassen. Het bewust kiezen van gewasvariëteiten die resistent zijn tegen de specifieke aaltjessoorten op uw perceel, remt de populatieontwikkeling direct af.
De sleutelrol van de juiste groenbedekker
Naast de hoofdteelt speelt de keuze van de groenbedekker ook een belangrijke rol bij het beheersbaar houden van de aaltjespopulatie. Een verkeerde keuze kan het probleem onbewust vergroten, terwijl een juiste keuze de populatie op een natuurlijke manier doet afnemen.
- Voorkom vermeerdering: het doel is om een groenbedekker te zaaien die géén waardplant is voor de schadelijke nematoden op uw perceel. Omdat de aaltjes zich op deze planten niet kunnen voeden of voortplanten, sterft een groot deel van de populatie een natuurlijke dood.
- Houd rekening met de hele bodembiologie: richt uw pijlen nooit blindelings op één aaltjessoort. Inventariseer vooraf via een bodemmonster alle aanwezige soorten. Als een groenbedekker namelijk wel een waardplant is voor een andere schadelijke soort op uw perceel, verschuift u het probleem simpelweg van de ene soort naar de andere.
In de schijnwerpers: de unieke werking van Afrikaantjes (Tagetes)
Een biologisch zeer interessante en effectieve groenbedekker is Tagetes, in de volksmond beter bekend als Afrikaantjes. Niet alle soorten zijn even effectief, maar specifiek de soort Tagetes patula staat bekend om zijn krachtige werking.
- Actieve reductie: Afrikaantjes zorgen voor een actieve biologische sanering van wortellesie-aaltjes (Pratylenchus penetrans). De aaltjes dringen de wortels wel binnen, maar worden daar door de plant effectief onschadelijk gemaakt.
- Brede veiligheid: daarnaast is Tagetes patula geen waardplant voor wortelknobbelnematoden, wat het een veilige keuze maakt voor rotaties met gevoelige groentegewassen.
- Belangrijk teeltadvies: om deze actieve werking te garanderen, moeten Afrikaantjes minstens drie maanden op het veld staan. Omdat de plant absoluut niet tegen vorst kan, is tijdig inzaaien (vroeg in de zomer) de boodschap. Alleen zo krijgt de groenbedekker voldoende tijd om zijn werk ondergronds te doen voordat de winter invalt.
- De teelt van Tagetes is uitdagend. Een goede zaaitechniek en ideale omstandigheden bij de opkomst zijn cruciaal voor het slagen van de teelt. Omdat de teelt zulke positieve effecten heeft op het bodemleven, kan u daarom steun aanvragen voor de inzaai van Tagetes via de ecoregeling “Inzaai van eenjarige ecoteelten: biodiversiteitsvriendelijke teelt”.
Conclusie: een gezonde bodem begint bij een bewuste keuze
Het beheersen van aaltjes is geen kwestie van een snelle ingreep, maar van een slimme langetermijnstrategie. Hoewel deze microscopische wormpjes hardnekkig zijn en tientallen jaren kunnen overleven, heeft u als teler veel in eigen handen om de schadelijke aaltjespopulatie te onderdrukken. Door een strikte en ruime vruchtwisseling te combineren met de juiste resistente rassen en een doordachte keuze van de groenbedekkers – zoals de gerichte inzet van Afrikaantjes/Tagetes patula – houdt u de populaties effectief onder controle. Een gezonde bodem en een optimaal rendement vragen om een proactieve aanpak: ken de aaltjessoorten op uw perceel en stuur tijdig bij.
Bron: Agentschap Landbouw




