Wat betekent het voor akkerbouwers en vollegrondstelers als het in Nederland warmer en droger wordt? Welke rol spelen langdurige vochtige perioden en extreme neerslag? Het rapport ‘Vooruitblik op klimaatrisico’s voor de Nederlandse landbouw & veehouderij in 2050 en 2100’ van Wageningen University & Research (WUR) onderzoekt mogelijke scenario’s waarin deze vragen zijn opgenomen.
WUR-onderzoekers kijken in het rapport vooruit naar 2050 en 2100 en beschrijven drie verschillende scenario’s in relatie tot veranderingen in klimaat en doen daarop risicoanalyses. Daarbij zijn de KNMI’23 klimaatscenario’s een belangrijke bron. Dit rapport kan gezien worden als een eerste aanzet om de veranderingen voor de toekomst beter te volgen en te duiden. Een zogenoemde nul-meting. Deze kan ten grondslag liggen aan de nationale adaptatiestrategie – ofwel Nederlands klimaatbeleid
Droogte en extreme neerslag
Agrariërs kunnen sterke opwarming en toenemende neerslagtekorten verwachten. Dat heeft als resultaat dat er vaker droogte is tijdens de zomermaanden. Ook zullen langdurige vochtige perioden en extreme neerslag toenemen. Zowel droogte als extreme neerslag zijn risico’s die zich vertalen in economisch resultaat op de bedrijven. Afhankelijk van de keuzes die een akkerbouwer voor zijn bedrijf maakt, is datzelfde bedrijf beter toegerust om deze uitdagingen het hoofd te bieden.
Nieuwe klimaatrisico’s
Er ontstaan ook nieuwe risico’s, vooral in situaties die nu (nog) heel gewoon lijken. Namelijk de beschikbaarheid van voldoende schoon water. Deze nieuwe risico’s ontstaan met name in de wisselwerking tussen klimaatdreigingen en via concurrentie om water. Heldere keuzes maken voor de toekomst van de landbouw biedt daarbij een solide startpunt, vinden de onderzoekers. Vooral in combinatie met bodemverbetering, diversificatie en precisielandbouw.
Verminderen van het risico
De onderzoekers raden aan om de risicoanalyse’s in het rapport als richtinggevend te lezen. Verminderen van het risico wordt bereikt door het verminderen van de blootstelling, aangezien het scenario ervan uitgaat dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat bedrijven zich vestigen op locaties waar de zoetwaterbeschikbaarheid van nature voldoende is voor de teelt. Ook gaan de onderzoekers ervan uit dat er wordt ingezet op groenblauwe dooradering en multifunctioneel ruimtegebruik, wat het vasthouden en bufferen van water in het landschap vergroot. Verwachte diversificatie en gewasdiversiteit (bijvoorbeeld via strokenteelt en meerjarige rotaties) verspreiden het droogterisico over tijd en ruimte, waardoor de veerkracht van het landbouwsysteem als geheel versterkt wordt.
Techniek belangrijk
Efficiënte irrigatietechnieken – zoals druppelirrigatie – zorgen voor een zuiniger watergebruik, wat de gevoeligheid voor watertekorten vermindert. Daarnaast creëert de inzet van veredeling en genetische modificatie (GMO’s) gewassen met een hogere droogte- en zouttolerantie. Hoewel de techniek de schade kan beperken, zijn de mogelijkheden niet oneindig. Door de nadruk op grootschaligheid en specialisatie in dit scenario neemt de risicospreiding af. Dit vergroot de kwetsbaarheid als technische maatregelen (zoals irrigatie) falen of onvoldoende water beschikbaar is bij extreme droogte.
Bron: Groen Kennisnet




