Doelsturing begint niet bij regels, maar bij inzicht. Wie weet wat er in de bodem gebeurt, kan gerichter keuzes maken en sturen op het resultaat. Binnen het project Zoetwaterboeren speelde bemonstering een centrale rol. Door op verschillende momenten te meten en analyseren is veel kennis opgebouwd. Agronoom Arjan Mager verwoordt het treffend: “Je kunt pas doelgericht werken als je weet waar je staat. Betrouwbare metingen geven je onderbouwing om de juiste keuzes te maken.”
Innovatief waterbeheer
Hoeve Lotmeer speelt binnen Zoetwaterboeren een sleutelrol op het gebied van agrarisch waterbeheer. Op het bedrijf is een systeem ontwikkeld dat drainwater opvangt, zuivert, opslaat en hergebruikt. Daardoor kan flexibel worden ingespeeld op natte en droge perioden. Tegelijk blijft de waterkwaliteit bewaakt. Nu het systeem volledig operationeel is, wordt duidelijk hoeveel water via de drains afstroomt en welke nutriënten daarin meekomen. Juist daardoor ontstaat inzicht in uitspoeling en bodemprocessen.
Metingen zijn uitgevoerd op meerdere momenten. Zo wordt zichtbaar hoe keuzes in teelt en bemesting doorwerken in de bodem. Bovendien leveren de data kennis op die verder reikt dan één perceel. Het systeem maakt het mogelijk om waterstromen te koppelen aan managementmaatregelen. Daardoor ontstaat een beter beeld van de samenhang tussen weer, bodem en teelt.
Kennis verzamelen
Voor de opslag van het water wordt gebruikgemaakt van een ondergrondse zoetwaterbel. Daarvoor is een infiltratieput geboord, waarvoor als eerste in Nederland een vergunning is verleend. De lange voorbereidingstijd is bewust benut. Terwijl de vergunningprocedure liep, is de uitgangssituatie van de percelen nauwkeurig vastgelegd. Dat gebeurde via systematische bemonstering. “Deze gegevens leverden veel kennis op”, aldus Mager. “Bij de aanleg van het watersysteem zijn verschillende zuiveringsstappen ingebouwd om er zeker van te zijn dat het water schoon en gecontroleerd in de ondergrond wordt opgeslagen.” Daardoor is niet alleen het watersysteem innovatief, maar ook de aanpak eromheen. Meten en techniek versterken elkaar hier. Juist daarom vormt deze locatie een unieke leeromgeving voor de sector.
Testen op proefvelden
Op elk van de acht percelen zijn zes proefveldjes ingericht van 15 bij 15 meter. Daarbij zijn drie varianten toegepast: braak en onbemest, beteeld en onbemest, en beteeld met praktijkbemesting. Hierdoor konden verschillen goed worden vergeleken. In de eerste fase zijn de veldjes afzonderlijk bemonsterd. Later is overgestapt op bemonstering per volledig perceel. Die aanpak sluit aan bij het Nmineraal-residuprotocol voor doelsturing. Zowel N-mineraal als N-totaal zijn gemeten. Daarnaast is gekeken naar de nutriëntenopname door verschillende gewassen. Daardoor ontstaat een compleet beeld. Hoewel exacte uitspoeling nog niet kon worden vastgesteld, is duidelijk dat vervolgonderzoek zinvol is. Juist omdat grondwaterkwaliteit het resultaat is van veel processen, ook buiten directe invloed van de teler.
Meten als startpunt
Meten geeft inzicht en biedt handvatten om beter in te spelen op omstandigheden. Volledige controle is niet haalbaar. Toch helpt begrip van processen om stikstof efficiënter te benutten. Binnen Zoetwaterboeren is daarom later overgestapt op geautomatiseerde monstername. Dat bespaart tijd en verhoogt de betrouwbaarheid.
Het N-mineraal in het najaar blijkt een belangrijke indicator voor grondwaterkwaliteit. Volgens Mager verkleint wie durft te meten en gericht handelt de risico’s. Dat inzicht draagt bij aan kennis en bewustwording binnen de Sectoraanpak Nitraat. Zo laat Zoetwaterboeren zien dat bemonstering geen sluitstuk is. Integendeel, meten vormt het begin van beter sturen in de akkerbouw.
Bron: BO Akkerbouw




