Het gebruik van druppelirrigatie en fertigatie wordt beetje bij beetje meer toegepast door Nederlandse telers, vooral in kustregio’s zoals Zeeland en Noord-Groningen. Ook in Flevoland stappen steeds meer boeren over op druppelirrigatie op hun percelen. Deze ontwikkeling komt vooral doordat telers met een nauwkeurige toediening van water en meststoffen simpelweg hogere opbrengsten kunnen halen. Daarnaast wordt de beschikbaarheid van zoet water in andere delen van het land steeds onzekerder. Inmiddels gebruikt negen procent van de akkerbouwers een druppelirrigatiesysteem, zo blijkt uit een onderzoek van het callcenter van Prosu.
Door water en meststoffen direct bij de wortelzone toe te dienen, kunnen telers preciezer sturen op groeiomstandigheden. Dit zorgt niet alleen voor een efficiënter gebruik van water en voedingsstoffen, maar ook voor stabielere en vaak hogere opbrengsten. Vooral in regio’s waar waterbeschikbaarheid onder druk staat, biedt deze techniek een toekomstbestendige oplossing. De investeringskosten zijn relatief hoog, maar worden steeds vaker rechtgetrokken door de verbeterde opbrengsten en duurzaamheid.
Wij spraken akkerbouwer Gert-Jan de Jager uit Sint Philipsland, Zeeland. Op in totaal ongeveer 220 hectare teelt De Jager suikerbieten, frietaardappelen, tafelaardappelen, uien, graan, gras, gerst en pootaardappelen. In dat laatstgenoemde gewas past de teler sinds vijf jaar druppelirrigatie toe, goed voor zo’n tien tot twaalf hectare op jaarbasis.
Minder water, meer opbrengst
Op het schiereiland, waar de percelen van akkerbouwer liggen, is wel zoet water aanwezig, maar bronnen en leidingwater voor pootaardappelen zijn moeilijk beschikbaar. Het druppelirrigatiesysteem biedt een uitkomst. “Het voordeel van dit systeem is dat je met relatief weinig water tóch een mooi gewas kunt telen. In droge jaren haalden we voorheen zo’n 25 ton per hectare van het land en met dit systeem gaat dat richting de 40 ton per hectare. Daarnaast draagt het absoluut bij aan een betere kwaliteit van het product.”
Via het irrigatiesysteem dient De Jager enkel water toe, een bewuste keuze: “Het komt weleens voor dat een slang verstopt raakt of niet volledig betrouwbaar is. Wanneer er alleen water doorheen stroomt, is dat niet zo erg. Maar als er ook meststoffen doorheen gaan, vind ik dat een groter risico.”
Aanleggen en opruimen
Het aanleggen van een dergelijk systeem is wel een flinke klus. “Een haspel trek je uit en moet je misschien in de nacht nog een keer verzetten. Voor het aansluiten van alle slangen van het irrigatiesysteem op een perceel zijn we nu ongeveer een week bezig. We leggen de druppelslangen na het poten aan, met behulp van een frees. In eerste instantie hadden we onze frees zelf aangepast hiervoor. Inmiddels hebben we een door Struik geleverde frees, de VariX 3000 overtopfrees. Bij het weghalen schakelen we extern een machine in: een trekker met een voorlader met een grote rol trekt dan tussen de acht en de twaalf rijen aan slangen in één keer uit het perceel. Vooral het aanleggen is dus een flinke klus, maar zodra het systeem eenmaal is geïnstalleerd, is het werk grotendeels gedaan.”
Toepassing druppelirrigatie
Dit onderzoek naar de inzet van druppelirrigatiesystemen is uitgevoerd door Prosu, het data- en mediabedrijf achter de Akkerbouwkrant. Naast de uitgeverij beschikt Prosu over een uitgebreide database met informatie van agrariërs in Nederland en België. Tijdens de interviews is aan akkerbouwers onder andere gevraagd om te reageren op de vraag: ‘Past u druppelirrigatie toe?’. Een groep van 225 telers werkte mee aan dit telefonische onderzoek van Prosu. Twintig telers (negen procent) antwoordden ‘ja’. Daarentegen gaf een grote meerderheid (negentig procent, 203 telers) aan geen druppelirrigatie toe te passen. De overige twee telers (één procent) antwoordden ‘weet ik niet’.

Tekst: Esmee Groot Roessink
Beeld: Gert-Jan de Jager




