Fedagrim vraagt minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke om het huidige criterium voor de hernieuwing van Z-platen, de verkoop van minstens 12 voertuigen per jaar, aan te vullen met een alternatief omzetcriterium. Het dossier kreeg recent ook politieke aandacht. Op 14 juli werd het onderwerp behandeld tijdens de mondelinge vragen in de Kamercommissie Mobiliteit, waar Kamerlid Tine Gielis minister van Mobiliteit Jean-Luc Crucke hierover bevroeg. Het fragment is te herbekijken via de website van de Kamer.
Z-platen, of handelaarsplaten, laten professionele voertuigverdelers toe om een voertuig tijdens een herstelling in bruikleen te geven, of een potentiële klant een proefrit te laten maken. Om misbruik te vermijden, moeten bedrijven via een btw-attest aantonen dat ze het afgelopen jaar minstens 12 voertuigen hebben verkocht.
Transport naar landbouwbeurzen
Voor landbouwers is deze regeling geen administratief detail. Het is belangrijk om op een correcte manier nieuwe machines te kunnen testen. Dankzij de handelaarsplaat kan een landbouwer een nieuwe machine eerst uittesten op zijn eigen bedrijf, onder zijn eigen omstandigheden, vóór hij een investering doet die vaak tientallen- tot honderdduizenden euro’s bedraagt. Daarnaast laten Z-platen toe dat handelaars en importeurs hun machines op een wettelijk conforme manier vervoeren van en naar landbouwbeurzen zoals Agribex, Demo Days of Potato Europe. Beurzen blijven voor landbouwers een cruciaal moment om machines te vergelijken, te zien werken op het terrein en rechtstreeks in contact te komen met fabrikanten en dealers.

Doelstelling behouden
Fedagrim vraagt de uitbreiding met een omzetcriterium omdat het huidig kader niet aangepast is aan belaalde nichesectoren zoals de landbouwmechanisatie. Van de vaak zeer specialistische machines verkoopt men jaarlijks maar een beperkt aantal voertuigen, ondanks een aanzienlijke omzet per eenheid. Bedrijven met een reële en substantiële handelsactiviteit riskeren zo hun handelaarsplaat te verliezen, met een omzet die klassieke autohandelaren in veelvouden overstijgt, maar met te weinig verkochte eenheden. Het criterium treft daardoor de specialist in een niche met inherent lagere volumes, en onrechtstreeks ook de landbouwer die op deze specialisten aangewezen is voor proefritten en beursaanwezigheid.
Fedagrim pleit ervoor het bestaande criterium niet te vervangen, maar uit te breiden: een handelaarsplaat zou hernieuwbaar moeten zijn wanneer een bedrijf het voorafgaande jaar minstens 12 voertuigen heeft verkocht, óf een omzet in voertuigen van 500.000 euro of meer heeft gerealiseerd. Het bestaande btw-attest kan daarbij ook als bewijs van omzet dienen. Zo blijft de doelstelling van de hervorming, het uitsluiten van niet-actieve of malafide handelaars, intact, terwijl bonafide nichespelers hun activiteit alsnog kunnen aantonen, en landbouwers verzekerd blijven van toegang tot proefritten en beursdeelname van hun leveranciers.
Fedagrim volgt het dossier verder op en kijkt uit naar overleg met de bevoegde diensten en houdt de leden op de hoogte van verdere ontwikkelingen.
Bron: Fedagim




