Ieder jaar zo rond het einde van januari is er de ‘State of the Union’. Bezieler ervan is Marc Ballekens. Samen met partners PCLT, Bayer, Firma Beel, DLV, Arvesta en Landbouwleven organiseert hij een avond waar landbouwers informatie krijgen over verschillende onderwerpen en kunnen netwerken. Maar het hoogtepunt is toch telkens de toespraak van Marc Ballekens zelf, waarin hij zijn inzichten over de landbouwsector deelt.
Marc Ballekens is directeur van het Praktijkcentrum voor Land- en tuinbouw (PCLT). Hij volgt de markten voor landbouwgrondstoffen van dichtbij op. Vanuit die expertise deelt hij in geheel eigen stijl een aantal vaststellingen en voorspellingen. Hij organiseerde zijn ‘State of the Union’ voor de 33ste keer en maakte zich sterk dat er minstens duizend aanwezigen waren. Zelf konden we vaststellen dat hij er met dit getal niet ver naast zal zitten.
Ballekens besteedde aandacht aan de herschikking van de wereldorde, landbouw in gevaarlijk geopolitiek tijdvlak, de strijd om zeldzame aardmetalen en de Europese voedselautonomie waar we dringend werk van moeten maken. Maar beginnen deed hij met een blik op de akkerbouwgrondstoffen en marktvooruitzichten in de akkerbouwsector. En daar was weinig nieuws om vrolijk van te worden.

Graanprijzen onder druk
“De prijzen zijn zeer matig”, trapte Ballekens een open deur in. “Tarwe die in 2024 werd geoogst, bracht iets minder dan 200 euro per ton op en voor de oogst van 2025 is dat nog 30 euro lager. Voor gerst is het verhaal gelijkaardig maar iets minder dramatisch. De oogst uit 2024 kon men verkopen tot eind mei 2025. De prijs zat tussen 180 en 190 euro. Daar zitten we nu manifest onder. Het verschil tussen gerst en tarwe is kleiner geworden maar de prijzen zitten voor beide gewassen op een triest niveau.”
De huidige economische context maakt het moeilijk om de toekomst van de prijzen in te schatten. Ballekens ziet drie criteria die belangrijk zijn. “Een eerste factor is de wereldgraanvoorraad: is er veel voorraad ten opzichte van wat we consumeren? Deze stock op verbruik ratio is belangrijk. Het zegt hoeveel we over hebben. Deze ratio zit nu op 30 procent bij tarwe en dat is hoog. De markten worden pas nerveus als het onder de 20 procent begint te zakken. Nu is er rust op de wereldmarkten. Korrelmais zit op 25 procent, wat ook hoog is, en er was een goede oogst in de USA in 2025. Rijst, hoewel minder onze teelt, zit op 34 procent, wat ook een zeer hoge ratio is. We zien dus bij al deze gewassen hetzelfde patroon. Op basis van de wereldgraanvoorraad zal de graanprijs dus alvast niet verhogen.”
“Verder zat de Europese productie in 2025 7 procent hoger dan in 2024, al is het wellicht verstandiger te vergelijken met het vijfjarig gemiddelde. Daar zaten we 4,1 procent boven. Probleem is dat we een moeilijke export kennen door de dure euro op dollar verhouding. Daardoor wordt export al snel 15 procent duurder. Daar bovenop komt ook nog eens de concurrentie van Rusland dat graan dumpt op de markt.”
Een klein lichtpuntje zien we in de situatie met Oekraïne. “Voor de oorlog startte op 24 februari 2022 was er een tariefvrije import van 1.000.000 ton tarwe, 300.000 ton gerst en 650.000 ton mais vanuit Oekraïne in de Europese Unie. Als steun aan Oekraïne werden die quota afgeschaft, er waren dus geen beperkingen meer. Dat leidde tot een import van achtereenvolgens 7,3 miljoen ton, 12,4 miljoen ton en 15 miljoen ton graan in 2024. Toen werd er ingegrepen en vanaf 2026 gaan we terug naar de oude situatie. Dit zou positief kunnen zijn maar het kleine effect wordt gemaskeerd door de eerder genoemde grote wereldvoorraad en de moeilijke export.”

Aardappelen altijd spannend
“In de aardappelen is het altijd spannend”, aldus Marc Ballekens. “We zitten in heen heel speciaal seizoen. De Belgapom-notering start bij de oogst ‘25, en zat gemiddeld rond de 175 euro per ton bij Fontane, de meest geplante aardappel in ons land. Die prijs stijgt geleidelijk want de bewaring moet betaald worden. Dus de gecontracteerde prijs was vrij goed. Maar er werd ook heel veel geteeld voor de vrije markt. Er werd veel uitgeplant, zo’n 106.000 hectare, en we kenden gigantische producties. Bovendien kenden we grote problemen met de export. Dat resulteert in een marktprijs van 15 euro per ton, wat heel laag is. We geraken onze aardappelen gewoon niet kwijt, de huidige stock is 20 procent hoger dan het vijfjarig gemiddelde.”
“Voor 2026 zien we contractprijzen van 17 tot 20 procent lager dan vorig jaar. Dat betekent zo’n 14 euro per 100 kilogram. Pootgoed wordt ook wel goedkoper want er is overschot. Ik geef een concreet voorbeeld. Voor 50 ton aardappelen daalt de prijs met 2.000 euro per hectare, voor pootgoed met 300 euro per hectare. Dat maakt 1.700 euro verschil per hectare bij een opbrengst van 50 ton per hectare. Toch hoor ik dat iedereen ruwweg evenveel gaat telen dan vorig jaar. De vrije markt is echter niet te voorspellen omdat bijvoorbeeld droog weer heel veel effect heeft. Dat is totaal anders dan diepwortelende tarwe die voor de winter gezaaid wordt. Dus ergens moeten we hopen op een hele droge zomer.”
Suiker in existentiële crisis
Suiker is een wereldgebeuren. Volgens Ballekens gebeurt de productie voor 22 procent in India, evenveel als in Brazilië. “Europa telt mee voor 10 procent, waarbij Frankrijk de grootste producent is. Er is een groot verschil tussen India en Brazilië. India heeft een veel grotere bevolking, dus tot voor kort verbruikte het land zelf al zijn geproduceerde suiker. Helaas is dat sinds kort ook aan het veranderen. Brazilië steekt zijn suikeroverschot traditioneel in ethanolproductie. Maar het doet dat enkel bij hoge olieprijzen. Die zijn nu laag, dus het land brengt nu ook massaal suiker op de wereldmarkt. China importeert minder suiker.”
Ook bij suiker speelt de oorlog in Oekraïne. “Voor de oorlog bedroeg de tariefvrije import van suiker uit Oekraïne 20.000 ton. Dat ging na afschaffing van de quota naar 200.000 ton en zelfs naar 450.000 ton. Dat werd vanaf 2024 afgeremd, waardoor de import in 2025 nog 110.000 ton bedroeg. In 2026 wordt gemikt op zowat 100.000 ton, maar dan is dat nog steeds 5 maal hoger dan vroeger. Dat maakt dat suiker onder druk staat.”
We hebben wat betreft suiker drie mooie jaren gehad in Europa maar ondertussen zijn de prijzen gehalveerd naar 450 euro per ton. Het gevolg is een areaalsdaling. Bij Tiense suiker is dat het meest extreem met 25 procent minder in 2026 nadat 2025 ook al 15 procent lager lag dan het jaar ervoor. Bij Iscal is de situatie anders maar wellicht zal daar het areaal ook met 10 procent afnemen.”
“In 2000 stond er in ons land 100.000 hectare suikerbieten, nu nog 43.000 hectare: we mogen dus spreken van een existentiële crisis. Dat zal trouwens ook een invloed hebben op de hoeveelheid beschikbare pulp voor de veehouders. Een mogelijke verzachtende factor zijn de importtarieven op kunstmeststoffen uit Rusland. Het is mogelijk dat die hoge tarieven on hold komen te staan.”
Marc Ballekens besluit toch optimistisch. “Ik ga al heel lang mee en we hebben al vaker crisissen gehad met harde momenten. Vaak duren hoge toppen niet lang, maar diepe dalen duren gemiddeld ook niet lang.”
Tekst: Seppe Deckx
Beeld: Joachim Samyn ( PCLT)




