Telers die sturen op actuele bodem- en gewasdata blijven volgens onderzoek van Agrifirm aantoonbaar vaker binnen de drempelwaarden voor nitraatuitspoeling. Metingen van het Nmin-residu op aardappelpercelen tonen hierbij aan dat datagedreven bemesting loont.
De coöperatie stelt hiermee dat de praktijk laat zien dat meetbare prestaties, milieuwinst en economisch rendement gecombineerd kunnen worden. Binnen de aardappelteelt gaat het Nmin-residu namelijk een belangrijke prestatie-indicator worden. Deze KPI maakt zichtbaar hoeveel stikstof na de teelt in de bodem achterblijft. En geeft daarnaast concreet inzicht in het effect van gemaakte bemestingskeuzes. Door op basis van metingen bij te sturen, benutten telers nutriënten efficiënter, terwijl opbrengst en kwaliteit behouden blijven.
Meten ondersteunt betere beslissingen
Agrifirm zet de Nmin-residumetingen zelf in voor haar programma ‘Balansbemesten’, waarbij telers bemesten op basis van de groeicurve van het gewas en analyses van de bodem. Dit leidt aantoonbaar tot verbeteringen in de uitspoelingsgevoeligheid. “Heldere en meetbare KPI’s maken inzichtelijk wat bemestingskeuzes daadwerkelijk opleveren. Het Nmin-residu laat zien dat telers die datagedreven werken zowel milieuresultaten behalen als hun bedrijfsvoering versterken”, Aldus Ruud Tijssens, Group Director Public & Cooperative Affairs bij Agrifirm.
Objectieve metingen
Voor telers bieden objectieve metingen een duidelijk en transparant kader om resultaten inzichtelijk te maken en om keuzes beter te onderbouwen. Geaggregeerde en geanonimiseerde meetgegevens leveren daarnaast waardevolle inzichten op voor ketenpartijen en beleidsmakers die streven naar effectieve en uitvoerbare oplossingen, volgens Agrifirm.
Bron en beeld: Agrifirm



