Op het uienperceel van akkerbouwer Speelman varieert het organischestofgehalte van circa 4 tot 12 procent. Met een bodemscan en een taakkaart past hij de dosering van bodemherbiciden per zone aan. Volgens Speelman reageert het gewas daardoor gelijkmatiger en verloopt ook de afrijping egaler.
Speelman wist uit ervaring dat de bodemgesteldheid binnen het perceel sterk verschilt. Vooral op schralere delen reageerden de uien sterker op bodemherbiciden. Een uniforme dosering sloot daardoor onvoldoende aan bij de plaatselijke omstandigheden.
“Gemiddeld ligt het organischestofgehalte rond acht procent, maar het varieert van ongeveer 4 tot mogelijk 12 procent”, zegt Speelman. “Dat geeft vooral bij de toepassing van bodemherbiciden uitdagingen.”
Om de verschillen meetbaar te maken, liet hij het perceel in kaart brengen met INTERRA Scan. De scan verzamelt volgens de leverancier circa 800 meetpunten per hectare. Aanvullende bodemmonsters worden in een laboratorium geanalyseerd en gebruikt om de sensormetingen te kalibreren.
De scan levert onder meer kaarten op van organische stof, pH, bodemtextuur, nutriënten, plantbeschikbaar water en de kationenuitwisselingscapaciteit. Voor Speelman was vooral de organischestofkaart relevant.
Lagere dosering op schrale delen
Op basis van deze kaart verdeelde Speelman het perceel in zones. Per zone stelde hij in hoeveel bodemherbicide de veldspuit moet afgeven. Op delen met weinig organische stof verlaagt hij de dosering met ongeveer 20 tot 30 procent. Op humusrijkere zones kan een hogere dosering worden aangehouden.
Organische stof beïnvloedt de binding en beschikbaarheid van bodemherbiciden. Daardoor kan eenzelfde dosering op een humusarme plek anders uitpakken dan op een humusrijk deel van het perceel.
Het doel is volgens Speelman niet in de eerste plaats om middel te besparen, maar om gewasreacties te beperken en de onkruidbestrijding beter af te stemmen op de bodem.
Praktijkkennis blijft bepalend
Voordat Speelman een taakkaart gebruikt, vergelijkt hij de meetgegevens met zijn eigen waarnemingen. “Eerst kijk ik of de kaart overeenkomt met de situatie die ik in het perceel herken”, zegt hij. “Daarna stel ik per zone vast wat ik daar wil doen.”
De bodemscan bepaalt dus niet automatisch de dosering. De teler koppelt zelf een teeltmaatregel aan de gemeten waarden. De scan maakt bestaande verschillen zichtbaar en helpt om praktijkkennis om te zetten in een uitvoerbare taak.
Van bodemkaart naar veldspuit
Arjan van der Vinne begeleidde Speelman bij het selecteren van de juiste kaartlaag, het maken van doseerzones en het overzetten van de taakkaart naar het managementsysteem van de veldspuit. Volgens Van der Vinne zit de belangrijkste stap niet in het verzamelen van bodemdata, maar in de vertaling daarvan naar een technisch en teeltkundig uitvoerbare maatregel.
Na controle wordt de taakkaart draadloos naar de veldspuit gestuurd. Tijdens het rijden bepaalt gps in welke zone de machine zich bevindt. De spuit past de afgifte vervolgens automatisch aan. “Met één druk op de knop stuur ik de kaart naar de spuit”, zegt Speelman. “Binnen een halve minuut staat die op de machine.”
Egalere afrijping
Volgens Speelman wordt het effect van variabel doseren vooral later in het seizoen zichtbaar. Doordat de uien minder verschillend reageren op de herbiciden, ontwikkelt het gewas zich gelijkmatiger.
Dat maakt ook de toepassing van maleïnehydrazide, oftewel MH, eenvoudiger. Deze behandeling moet op een passend moment in de gewasontwikkeling worden uitgevoerd. Bij grote verschillen binnen het perceel is het moeilijker om één geschikt moment te kiezen.
“De MH-bespuiting lukt beter doordat het perceel egaler afrijpt”, zegt Speelman. “Ook verwacht ik een gelijkmatigere sortering bij de oogst.”
Ook bruikbaar voor andere toepassingen
De meetgegevens kunnen volgens de leverancier ook worden gebruikt voor andere teeltmaatregelen. Met pH-kaarten kan bijvoorbeeld plaatsspecifiek worden bekalkt. Kaarten van fosfaat, kali en magnesium kunnen als basis dienen voor variabele bemesting.
Ook verschillen in organische stof, bodemtextuur en waterbeschikbaarheid kunnen worden gebruikt bij de verdeling van compost of organische mest, het bepalen van zaaidichtheden en het herkennen van droogtegevoelige zones.
Daarnaast kan een scan inzicht geven in de uitgangssituatie van aankoop- of huurgrond en in veranderingen na een intensieve grondbewerking. De bruikbaarheid hangt daarbij af van de gekozen meetmethode, de lokale omstandigheden en de manier waarop de teler de gegevens vertaalt naar een teeltmaatregel.
Na begeleiding zelfstandig verder
Speelman kreeg in het eerste jaar ondersteuning bij het werken met de portal en het maken en exporteren van taakkaarten. Daarna kon hij grotendeels zelfstandig verder. “Je moet weten hoe je de kaartlagen en sjablonen gebruikt, maar je hoeft er geen ICT’er voor te zijn”, zegt hij.
De bodemscan heeft bij Speelman geleid tot een concrete aanpassing van de teelt: een lagere dosering bodemherbicide op gevoelige delen van het perceel en een gelijkmatiger ontwikkeling van het uiengewas.
Meer informatie
Wilt u weten hoe INTERRA Scan op uw bedrijf kan worden ingezet, of wilt u overleggen over een specifiek bodem- of teeltvraagstuk? Neem dan contact op met Arjan van der Vinne via arjan.van_der_vinne@syngenta.com of 06 51995548.
Hij kan toelichten welke bodemgegevens beschikbaar zijn en hoe deze kunnen worden vertaald naar een praktische toepassing, zoals variabele dosering, bemesting of bekalking.



