Kwekers ontwikkelen aardappelrassen met weerstand tegen aaltjes, maar deze resistentie wordt vaak doorbroken. Onderzoeker Arno Schaveling van Wageningen University & Research onderzocht hoe het aaltje Globodera pallida daarin slaagt.
Veredelingsbedrijven slaagden er in om de bestaande resistentie tegen het aaltje Globodera pallida uit wilde aardappelen in te kruisen in commerciële rassen. Daarbij is, volgens Schaveling, vermoedelijk steeds dezelfde resistentie gebruikt. In de 26 variëteiten aardappel die hij heeft getest, kwam hij telkens dezelfde resistentie tegen uit de aardappel Solanum vernei.
“Het aaltje hoeft maar één resistentie te omzeilen want het is steeds dezelfde selectiedruk die op de populatie aaltjes wordt toegepast”, aldus Schaveling. “Het aaltje Globodera pallida benut een eiwit dat wordt gemaakt door het gen Gp-pat-1. Vermoedelijk betreft het een ‘effector’. Dat is een eiwit dat de gastheer manipuleert ten gunste van de indringer.”
De hypothese is dat normaal gesproken het resistentie-gen van de aardappel een eiwit produceert dat deze effector detecteert, waarna een immuunreactie start. Maar door herhaaldelijk gebruik van dezelfde resistentie zijn er varianten van de effector geselecteerd die niet meer worden herkend. Een bewijs voor de hypothese is er nog niet. Daarvoor is het resistentie-gen in de aardappel nodig en dat hebben de onderzoekers nog niet.
Hoe meer aaltjes over de afwijkende effector beschikken, hoe ziekmakender de populatie nematoden. Schaveling ontwikkelde daarom een PCR-test, waarmee wordt gekwantificeerd welk deel van de populatie aaltjes ziekmakend is. De test wordt door een externe partner in het project verder ontwikkeld, met de bedoeling deze op de markt te brengen.
Om aardappels te vrijwaren van aardappelmoeheid is een nieuwe resistentie nodig. Schaveling vond die in de wilde aardappel Solanum sparsipilum. Deze nieuwe resistentie moet nog worden ingekruist in rassen voor de commerciële teelt. Veredelingsbedrijven zijn daar wel mee bezig, maar de nieuwe resistente rassen zijn er momenteel nog niet.
Bron: WUR




