Knolcyperus is een uiterst hardnekkig onkruid dat zich razendsnel verspreidt via ondergrondse, winterharde knolletjes. De verspreiding vindt meestal plaats doordat resten van besmette grond aan landbouwmachines blijven kleven en zo naar andere percelen zijn overgebracht. Deze snelle verspreiding, in combinatie met het beperkte aantal bestrijdingsmethoden, maakt knolcyperus tot een gevreesd onkruid.
De focus ligt daarom op een geïntegreerde aanpak om de knollenvoorraad in de bodem systematisch uit te putten. Verspreiding voorkomen is ook cruciaal.
Herkenning van het onkruid
Knolcyperus is herkenbaar aan de opvallende, driekantige stengel met lichtgroene, glanzende, grasachtige bladeren die een V-vormige groef hebben. Hoewel de plant zich in onze regio voornamelijk ondergronds vermenigvuldigt, kan de verspreiding eventueel ook via kiemkrachtige zaden verlopen. Knolcyperus heeft een geelbruine, schermvormige bloeiwijze.
Strikte hygiënemaatregelen zijn onontbeerlijk
Aangezien transport van besmette grond de hoofdoorzaak is van de verspreiding tussen percelen, zijn goede hygiënemaatregelen cruciaal om de problematiek in te dijken:
- Machines reinigen: Reinig tractoren en machines grondig voordat ze een besmet perceel verlaten.
- Volgorde van bewerking: Bewerk besmette percelen systematisch als laatste om versleping van knolletjes te voorkomen.
- Geen grondtransport: Voer nooit besmette grond af naar andere, schone percelen.
- Loonwerkers informeren: Licht uw loonwerker altijd tijdig in over een besmetting, zodat deze de nodige voorzorgsmaatregelen kan nemen.
Integrated Pest Management en het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
Vanwege de snelle verspreiding staat de bestrijding van knolcyperus al sinds 2014 op de IPM-checklist. Iedere Vlaamse land- en tuinbouwer is verplicht deze IPM-regels strikt te volgen. Daarnaast is de verplichte bestrijding sinds 2023 ook opgenomen in de conditionaliteit van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
Concreet geldt er zowel onder IPM als binnen het GLB een verbod op de teelt van wortel-, knol- en bolgewassen op besmette percelen. Rooimachines en geoogst producten van deze gewassen kunnen namelijk veel (besmette) grond transporteren, wat het risico op verdere verspreiding enorm vergroot. Hiernaast zijn er bij deze teelten doorgaans weinig bestrijdingsmogelijkheden voorhanden.
Bestrijding en alternatieve methoden
Een groot knelpunt is dat er voor de meeste teelten weinig tot geen effectieve gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar zijn. Er zijn door de praktijkcentra wel proeven gedaan met alternatieve bestrijdingsmethoden zoals verhitting, elektrocutie, schoffelen, begrazing … Een aantal van deze methoden bieden mogelijk een oplossing. Verder onderzoek blijft noodzakelijk.
Teeltkeuze als onderdeel van de aanpak
In de teelt van maïs (en eventueel wintergewassen zoals wintergerst en wintertarwe) zijn er meer mogelijkheden om knolcyperus effectief te bestrijden. Daarom is deze teelt aanbevolen op besmette percelen. Dit betekent echter niet dat de bestrijding bij deze teelt eenvoudig is. Zelfs met de juiste maatregelen kan het jaren duren voordat een zwaar besmet perceel volledig vrij is van knolcyperus. Het continu uitputten van de knolletjes en het toepassen van de juiste bestrijding op het exacte moment blijven de sleutel tot succes.
Bron: Agentschap Landbouw
Beeld: Antoine van Houtte




