In een bewaarplaats zijn koudebruggen bijna niet te vermijden. Ze zorgen voor extra warmtetoetreding, maar het thermische effect daarvan is meestal gering. De grootste problemen ontstaan wanneer zich rond een koudebrug condens vormt en het vocht de constructie of het opgeslagen product bereikt. Hoe beperk je die risico’s?
Een koudebrug is een plaats waar de isolatielaag van een bewaarcel wordt onderbroken. Via zo’n onderbreking kan warmte gemakkelijker van de warme naar de koude zijde van de constructie stromen. Het kan bijvoorbeeld gaan om een spant dat door de isolatie loopt of om een betonnen vloer onder een isolatiewand. Ook de dak- en wandbeplating bevat tal van kleine koudebruggen, zoals de schroeven waarmee sandwichpanelen zijn bevestigd.
Thermisch effect meestal klein
Een koudebrug vergroot de warmtetoetreding tot de bewaarplaats, maar het effect op de totale koelbehoefte is doorgaans beperkt. Zo verlaagt een ongeïsoleerde strook beton van 20 centimeter onder een 5 meter hoge isolatiewand de isolatiewaarde van die wand met ongeveer 2 procent. Een doorlopende, luchtdichte naad van 10 millimeter tussen de isolatieplaten veroorzaakt een vergelijkbare daling. In de warmste maand van het jaar is warmtetoetreding door de gebouwschil slechts verantwoordelijk voor ongeveer 15 procent van de totale hoeveelheid warmte die moet worden afgevoerd. Zelfs zulke forse koudebruggen laten het aantal koeluren daardoor met slechts circa 0,3 procent toenemen: 2 procent van 15 procent. Het thermische effect van schroeven, de doorlopende binnenplaat van een sandwichpaneel of delen van een staalconstructie is nog kleiner.
Condens vormt een groter risico
Condens is een belangrijker gevolg van koudebruggen. De oppervlaktetemperatuur aan de warme zijde van de koudebrug daalt. Naarmate de lucht afkoelt, kan die minder waterdamp bevatten, waardoor vocht op het koude oppervlak condenseert. Hoeveel condens ontstaat, hangt vooral af van de relatieve luchtvochtigheid aan de warme zijde. Condens ontstaat altijd aan de warme zijde van de koudebrug. Bij een koude koelcel voor bijvoorbeeld winterpeen gebeurt dat gedurende een groot deel van het jaar aan de buitenzijde, vooral bij vochtig weer. Zolang het condensvocht daar weer in de buitenlucht verdampt, is er weinig aan de hand. Het wordt problematisch wanneer het vocht in de isolatie of constructie achterblijft. Dan kan het bouwmateriaal worden aangetast en kunnen stalen delen gaan roesten. Soms wordt het vocht ook aan de koude zijde, dus in de cel, zichtbaar. Bij een koudebrug in het dak ontstaat het condens bijvoorbeeld aan de buitenzijde, waarna het via de constructie naar binnen loopt. Druppelt het vervolgens op het opgeslagen product, dan kan schade ontstaan.
Tussenwanden vragen extra aandacht
Bij een tussenwand kan een koudebrug veel condens veroorzaken. De condens vormt zich aan de warmste kant van de wand, bijvoorbeeld in een aardappelcel naast een winterpeencel. Het temperatuurverschil is er dag en nacht aanwezig. Bovendien heeft de aardappelcel vaak een hoge relatieve luchtvochtigheid, waardoor gemakkelijk condens ontstaat. Luchtlekkage versterkt het effect van een koudebrug aanzienlijk. Via een kier kan warme, vochtige lucht gemakkelijk de bewaarplaats of de constructie binnendringen. Thermisch gezien vormen zulke kieren dan ook een veel groter probleem dan een volledig luchtdichte koudebrug. Er zijn bewaarplaatsen die na enkele jaren moeilijker koud te houden zijn, doordat naden rond koudebruggen zijn opengegaan. DLV Advies ziet bij bewaarcellen met veel condens vaak dat een koudebrug niet luchtdicht is afgewerkt. Rond zo’n lek is meestal een brede, natte condensstrook zichtbaar. Met een warmtebeeldcamera is deze zone goed op te sporen.
Sluit onvermijdelijke koudebruggen luchtdicht af
Een koudebrug die niet kan worden voorkomen, moet zo goed mogelijk luchtdicht worden afgewerkt. Dicht de naden niet met materiaal met een open structuur, zoals minerale wol of een standaard cannelurevuller. Als deze materialen vocht opnemen, verliezen ze een groot deel van hun isolerende werking. Ook purschuim is niet altijd geschikt, zeker niet bij naden waarin veel beweging zit. Zelfs speciale flexibele pur kan losscheuren, waardoor opnieuw kieren ontstaan. Werk zulke aansluitingen bij voorkeur af met zetwerk in combinatie met compriband of kit.
Onderbreek de staalconstructie
Bouwen met zo min mogelijk koudebruggen helpt condensproblemen te voorkomen. Bij een staalconstructie kan de warmtestroom worden beperkt door constructiedelen thermisch te ontkoppelen met een daarvoor bestemde koudebrugonderbreker. Een drukvaste kunststofplaat of een houten plaat is vaak al voldoende. Voorkom daarnaast dat grote staalplaten ononderbroken door de constructie lopen. Ook een holle koppelkoker kan het probleem vergroten, doordat in de koker luchtstroming kan ontstaan. Sommige telers proberen het koudste punt te verplaatsen door het constructiedeel aan de warme zijde in te pakken. Het effect daarvan is beperkt. Hiervoor wordt vaak flexibel materiaal gebruikt, zoals een deken van minerale wol. Dit materiaal is echter niet dampdicht en kan zich met condensvocht vullen. Let er bovendien op dat het druippunt in het dakvlak niet wordt verplaatst van een wand naar een plek boven het opgeslagen product.
Isoleer beton aan de buitenzijde
Koudebruggen in beton zijn te beperken door de funderingsbalk aan de buitenzijde te isoleren. Bij een bewaring voor losgestort product heeft die isolatie nog een tweede functie: ze voorkomt plaatselijke productschade door koudedoorslag. Er zijn ook betonpanelen zonder koudebrug verkrijgbaar. Een betonnen vloer die onder een tussenwand doorloopt, vormt eveneens een koudebrug. Het onderbreken daarvan is vaak kostbaar, terwijl condens op die plaats meestal weinig problemen veroorzaakt. Hooguit wordt de vloer plaatselijk nat.
Deuren zonder koudebrug
Ook metalen deuren zijn leverbaar in een koudebrugarme uitvoering. Daarbij is het U-profiel waarin de deur is geplaatst thermisch onderbroken, zodat de deur langer condensvrij blijft. Een goede afdichting is echter nog belangrijker. Een kleine kier veroorzaakt meer condens en warmtetoetreding dan het doorlopende U-profiel.
Goede detaillering voorkomt problemen
Met een juiste detaillering van dak- en wandbeplating zijn veel koudebruggen te voorkomen. Verwijder bij hoekaansluitingen bijvoorbeeld de binnenplaat waar die de isolatielaag zou overbruggen. Kijk ook kritisch naar zetwerk en stelhoeken bij ramen en kozijnen: lopen die niet ononderbroken door de isolatie? Controleer bovendien hoe de isolatie doorloopt boven een tussenwand en bij de aansluiting op een buitenwand. Voorkom daar koudebruggen wanneer condens kan ontstaan, zeker als het vocht schade kan veroorzaken aan het gebouw of het opgeslagen product.
Bron: DLV Advies




